Amsterdam

TYPE

Monument

KAMERS

3

LOCATIE

Amsterdam
Adres: Singel 283 A
Vraagprijs: € 895.000
Bouwvorm: bestaande bouw
Bouwjaar:
Ligging: aan water, in centrum
Oppervlakte: 113 m²

**ENGLISH TRANSLATION BELOW**

Singel 283 – ‘ Plafond de Paradis ‘

Staande voor de voorgevel van Singel 283 verschilt deze gracht op het eerste gezicht niet veel van de andere grachten in dit deel van de Grachtengordel. Maar deze zijde van de Singel is veel ouder dan de Heren-, Keizers- en Prinsengracht en behoort nog tot de middeleeuwse stad. Dit deel van de stad kreeg in 1585 de eerste grote uitbreiding waarbij de Singel transformeerde van vestinggracht in woongracht en er de eerste grote dubbele grachtenpanden verschenen. In de volgende stadsuitbreidingen in de zeventiende eeuw aan de Herengracht, Keizersgracht en Prinsengracht werden rechte bouwblokken toegepast maar de bouwblokken aan de Singel volgden nog het middeleeuwse verkavelingspatroon met de meer landschappelijke structuur van het slotenpatroon. Dat is tot op de dag van vandaag herkenbaar in het interieur, waar de ruimtes aan de voorgevel niet rechthoekig zijn maar een scherpe hoek vertonen. De gevels zijn in de loop der tijd aangepast aan de mode en zijn vergelijkbaar met de gevels aan de andere grachten, maar het verkavelingspatroon verschilt. Karakteristiek aan de gevelindeling zijn de hoge ramen op de beletage voor veel daglicht op deze verdieping waar gewoond werd. De ramen op de verdiepingen zijn kleiner, net als de verdiepingshoogten. Op de hoogste verdiepingen waar nu in het midden openslaande deuren zijn, waren vroeger hijsluiken voor de pakhuisfunctie voor deze verdiepingen. Daarvoor was de hijsbalk in de top van de lijst onmisbaar.

Toen het huis het nog aanwezige decoratieschema kreeg woonde hier Jan Pranger met zjin tweede vrouw Machteld Muilman. Er is een prachtig schilderij van Jan Pranger gemaakt, dat hangt in het Rijksmuseum, staande in de achthoekige toren van kasteel St. George d’Elmina in Ghana met door het raam uitzicht op fort St Jago. Hij keerde in 1736 als een rijk man terug uit West-Afrika na een verblijf van 10 jaar in dienst van de VOC in kasteel Elmina in Ghana. Dit is te zien in de rijke uitstraling van met name de beletage. De gang is nog compleet in de uitbundige uitmonstering volgens de mode van de tijd rond 1740 in Lodewijk XIV stijl. Deze monumentale, op ruimtelijke effect en symmetrie gerichte stijl kenmerkt zich door voluten, palmetten, vazen, loofwerk en basreliefs boven de deuren. De voorgeschreven symmetrie leidde tot tegenoverelkaar staande deuren in de gang waardoor het pand veel breder lijkt als je er ruimtes achter denkt. Want maar aan één kant van de gang geeft de deur toegang tot een ruimte; de andere deur is of een schijndeur (alleen ter completering van de symmetrie) of een ondiepe kast. Bijzonder in de gang zijn ook de twee tegenover elkaar liggende nissen die que vorm doen denken aan een klok. Wellicht een idee voor de nieuwe eigenaar om daar een klok in te plaatsen. Iedere bewoner drukt immers zijn eigen stempel op het pand en voegt iets toe aan de bouwgeschiedenis van een monument. Zie bijvoorbeeld ook het wapenschild boven de deur naar de kamer in het achterhuis; van welke familie zou dit wapen zijn? Al met al maken het rijk gedecoreerde plafond, de symmetrisch ingedeelde wanden, het witte marmer in combinatie met het stucwerk en de hoogte van de gang dit tot een zeer aangename entree tot de woning.

Ook binnen in het appartement geeft de prettige combinatie van de oorspronkelijke indeling in voor- en achterkamer, binnenplaats en achterhuis, de afmetingen van de ruimtes, originele elementen als deuren, lambriseringen en schouw een prettige en rustige sfeer. Bijzondere details als de zorgvuldige manier waarop de lambrisering doorloopt als de deur van de voorkamer gesloten is en het iets naar voren geplaatste deel van de lambrisering tegenover de schouw (in precies dezelfde maat) maken dit appartement bijzonder, vooral omdat het allemaal nog aanwezig is. Dat de voorkamer de belangrijkste ontvangkamer was blijkt ook uit de porte brisée (of ensuite deuren) tussen voor- en achterkamer. In de voorkamer ogen ze heel rijk gedecoreerd terwijl de deuren aan de kant van de achterkamer mooi geprofileerd zijn maar wel veel eenvoudiger dan aan de voorzijde. Ook de plafonds in voor- en achterkamer hebben eenzelfde onderscheid. Daarmee wordt subtiel de hierarchie in het pand aangegeven. Ook in de nieuwe situatie blijft deze hierarchie gehandhaafd; in het stille, rustige achterhuis komt de slaapkamer, verbonden met de badkamer in het sousterrain, de keuken in de achterkamer met het mooie licht vanuit de binnenplaats en het woongedeelte in de voorkamer met het onverbeterlijke uitzicht op de gracht. In de winter zittend bij een haardvuur in de prachtig ingetogen marmeren schouw en in de zomer op het bankje van de stoep.

De karakteristieke indeling van een Amsterdams grachtenhuis is herkenbaar in de plaatsing van de ruimtes rond de binnenplaats, die alle omliggende ruimtes van licht voorziet en ook zorgt voor een goed verlicht trappenhuis. De roederamen en orientatie op het zuiden geven het prachtige licht gedurende de hele dag.

Alle onderdelen zijn natuurlijk in de loop der eeuwen verschillende malen overgeschilderd maar nog steeds is het vakmanschap en de liefde en aandacht waarmee het gemaakt is goed herkenbaar in de kleine imperfecties door het vele gebruik en de tand des tijds. We noemen dat patina en de rijke geschiedenis van het pand wordt hiermee herkenbaar en tastbaar. Bedenk eens hoeveel mensen de dubbele deuren al hebben geopend en partijen hebben gehouden. Misschien ook wel de tweede vrouw van Jan Pranger zoals op het schilderij te zien is. De decoratie boven de deur op het schilderij doet denken aan de decoratie op de deuren in de gang. Misschien is het schilderij wel in Singel 283 gemaakt, we weten het niet zeker maar het moet er in ieder geval ongeveer zo hebben uitgezien.

Let bij het verlaten van het pand nog even op het verfijnde achttiende eeuwse voegwerk in de voorgevel met dunnen lintvoegen en nagenoeg ontbrekende stootvoegen. Mooier wordt het niet!

Bronnen:
Jaap Evert Abrahamse, De grote uitleg van Amsterdam, stadsontwikkeling in de zeventiende eeuw, 2010, p.12

Bulletin KNOB 1961, Herinneringen aan de voormalige Nederlandse bezittingen op de Goudkust in het Rijksmuseum, R. VAN LUTTERVELT, p 249-259

Haslinghuis – Janse, Bouwkundige termen, verklarend woordenboek van de westerse achitectuur- en bouwhistorie, 1997, p 360, 411

Rijksmonumentenregister, monumentnummer 5206, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Text – Nanette de Jong

**ENGLISH TRANSLATION**

Singel 283 – ‘ Plafond de Paradis ‘

Standing in front of the facade of Singel 283, this canal does not at first sight differ much from the other canals in this part of the Grachtengordel. But this side of the Singel is much older than the Heren-, Keizers- and Prinsengracht and still belongs to the medieval city. This part of the city received the first major expansion in 1585, whereby the Singel was transformed from a moat into a residential moat and the first large double canal houses appeared. In the following urban expansions in the seventeenth century on the Herengracht, Keizersgracht and Prinsengracht, straight building blocks were used, but the building blocks on the Singel still followed the medieval allotment pattern with the more scenic structure of the ditch pattern. This is still recognizable in the interior to this day, where the spaces on the facade are not rectangular but have a sharp angle. The facades have been adapted to fashion over time and are similar to the facades on the other canals, but the parcellation pattern differs. Characteristic of the facade layout are the high windows on the first floor for a lot of daylight on this floor where people lived. The windows on the floors are smaller, as are the floor heights. On the highest floors, where there are now French doors in the middle, there used to be lifting shutters for the warehouse function for these floors. The lifting beam at the top of the list was indispensable for this.

When the house was given the still existing decoration scheme, Jan Pranger lived here with his second wife Machteld Muilman. A beautiful painting of Jan Pranger has been made, which hangs in the Rijksmuseum, standing in the octagonal tower of St. George d’Elmina Castle in Ghana with a view of Fort St Jago through the window. He returned from West Africa as a wealthy man in 1736 after spending 10 years in the service of the VOC in Elmina Castle in Ghana. This can be seen in the rich appearance of the first floor in particular. The corridor is still complete in the lavish attire according to the fashion of the time around 1740 in Louis XIV style. This monumental style, aimed at spatial effect and symmetry, is characterized by scrolls, palmettes, vases, foliage and basreliefs above the doors. The prescribed symmetry led to opposite doors in the hallway, making the building appear much wider when you think of spaces behind it. Because only on one side of the corridor does the door give access to a room; the other door is either a false door (only to complete the symmetry) or a shallow cupboard. Also special in the hallway are the two opposite niches that are reminiscent of a clock. Perhaps an idea for the new owner to place a clock there. After all, every resident puts his own stamp on the building and adds something to the building history of a monument. See for example the coat of arms above the door to the room in the back house; from which family would this weapon belong? All in all, the richly decorated ceiling, the symmetrically arranged walls, the white marble in combination with the stucco and the height of the hall make this a very pleasant entrance to the house.

Also inside the apartment, the pleasant combination of the original layout of the front and back room, courtyard and back house, the dimensions of the rooms, original elements such as doors, paneling and fireplace gives a pleasant and peaceful atmosphere. Special details such as the careful way in which the paneling continues when the door to the front room is closed and the slightly forwardly placed part of the paneling opposite the fireplace (in exactly the same size) make this apartment special, especially since it is all still there. That the front room was the main reception room is also apparent from the porte brisée (or ensuite doors) between the front and back room. In the front room they look very richly decorated, while the doors on the side of the back room are nicely profiled but much simpler than at the front. The ceilings in the front and back room also have the same distinction. This subtly indicates the hierarchy in the building. This hierarchy will also be maintained in the new situation; in the quiet, peaceful back house comes the bedroom, connected to the bathroom in the basement, the kitchen in the back room with the beautiful light from the courtyard and the living area in the front room with the unbeatable view of the canal. In the winter sitting by a fire in the beautifully subdued marble fireplace and in the summer on the bench on the sidewalk.

The characteristic layout of an Amsterdam canal house is recognizable in the placement of the spaces around the courtyard, which provides all surrounding areas with light and also provides a well-lit staircase. The windows and orientation to the south provide the beautiful light throughout the day.

All parts have of course been repainted several times over the centuries, but the craftsmanship and the love and attention with which it is made is still clearly recognizable in the small imperfections due to the many use and the ravages of time. We call this patina and the rich history of the building becomes recognizable and tangible. Think how many people have already opened the double doors and held parties. Probably also Jan Pranger’s second wife, as can be seen in the painting. The decoration above the door in the painting is reminiscent of the decoration on the doors in the hallway. Maybe the painting was made in Singel 283, we are not sure, but it must have looked something like this.

When leaving the building, note the refined eighteenth-century joint in the facade with thin ribbon joints and almost missing butt joints. It doesn’t get any better!

Sources:
Jaap Evert Abrahamse, The Great Declaration of Amsterdam, urban development in the seventeenth century, 2010, p. 12

Bulletin KNOB 1961, Memories of the former Dutch possessions on the Gold Coast in the Rijksmuseum, R. VAN LUTTERVELT, p 249-259

Haslinghuis – Janse, Architectural terms, explanatory dictionary of western architecture and building history, 1997, p 360, 411

National Monuments Register, monument number 5206, Cultural Heritage Agency of the Netherlands

Text – Nanette de Jong


Alle monumenten

Op de kaart gezet

NMo op social media

Blijf op de hoogte

Alle evenementen

in één agenda

ALLES OVER NATIONALE MONUMENTEN

Het Nationaal Monumenten Portaal is een initiatief van de Nationale Monumentenorganisatie. Het uitgangspunt van de Nationale Monumentenorganisatie (NMo) is om monumenten efficiënt te behouden en beheren. Dat doen wij door de kennis en expertise in het Nederlandse monumentenveld samen te brengen en landelijk monumenten te verwerven. Ook voor u hebben wij een breed aanbod: of u er nu op uit gaat, wilt kopen of informatie zoekt over uw monument, het komt hier allemaal samen. Meer weten over ons?

Lees verder >

DOELSTELLINGEN NMo

  • Versterken van samenwerking tussen monumentenbeherende organisaties
  • Bevorderen en uitwisselen van kennis en deskundigheid omtrent monumentenzorg
  • Versterken van binding tussen de monumentensector en het publiek
  • Bijeenbrengen van vraag en aanbod
  • Het opvangen van monumenten die door andere partijen afgestoten worden

Lees verder >

Doneer

Help ons met het bewaren van onze prachtige monumenten in heel Nederland! Met uw hulp kunnen wij dit realiseren.
De NMo is aangewezen als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).